Ook tijdens de bestuurdersaansprakelijkheids-procedure alert zijn op verhaalsfrustratie loont
Blog
Deze uitspraak van hof Arnhem-Leeuwarden gaat over een klassiek geval van verhaalsfrustratie zoals bedoeld in het Ontvanger/Roelofsen arrest. De verhaalsfrustratie vond in dit geval plaats in het zicht van en tijdens de procedure.
Wat was er aan de hand? Partijen procederen in essentie over de vraag of HEG de slotfactuur moet voldoen voor een door CES geleverd energieopslagsysteem.
Verhaalsfrustratie voor en tijdens de procedure
Nadat CES in augustus 2020 HEG sommeert tot betaling van de slotfactuur, verpandt HEG haar vorderingen op derden aan haar bestuurder E-Unit. CES dagvaardt vervolgens HEG en haar (middellijk) bestuurders. Op 11 januari 2023, kort nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, verpandt HEG haar vorderingen op derden nogmaals aan E-Unit. Daardoor zal CES geen verhaal kunnen nemen op deze vorderingen.
CES vernietigt de verpandingen op grond van de actio pauliana. HEG en E-Unit wisten of behoorden volgens CES te weten dat benadeling van schuldeisers daarvan het gevolg zou zijn. Op de mondelinge behandeling werd namelijk duidelijk dat de vordering van CES zou worden toegewezen.
Eind 2022, tijdens de procedure, laat HEG vervolgens een krediet bij ABN AMRO aflopen. Dit krediet is mede bedoeld voor de betaling van de slotfactuur van CES. In plaats daarvan gaat HEG een nieuwe kredietovereenkomst aan met Rabobank die zij niet kan aanwenden voor betaling van deze schuld. Tot zekerheid voor de nakoming daarvan vestigt HEG op 16 januari 2023 een hypotheekrecht ten gunste van Rabobank op de opstalrechten op technische installaties. Deze installaties behoren tot haar voornaamste activa, waardoor zij verhaal voor CES nog verder bemoeilijkt.
De rechtbank wijst de vordering van CES tot betaling van de slotfactuur toe en wijst de vorderingen tegen de (middellijk) bestuurders af. HEG voldoet niet aan de veroordeling.
In hoger beroep tegen de (middellijk) bestuurders voert CES aan dat E-Unit als bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat HEG de betalingsverplichting niet nakomt en geen verhaal biedt. Het hof staat deze eiswijziging die is ingesteld in de memorie van grieven toe.
Arrest van het hof
Het hof verklaart voor recht dat CES de verpandingen heeft vernietigd op grond van de pauliana. Het hof overweegt dat HEG ook na die vernietiging niet aan de veroordeling zal kunnen voldoen en dat CES schade lijdt door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van haar vordering op HEG. Zij is in verzuim met betaling van de factuur en heeft verklaard ook niet in staat te zijn deze te voldoen.
Het hof oordeelt dat E-Unit als bestuurder van HEG heeft bewerkstelligd of toegelaten dat HEG niet langer aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Na de oplevering van het energieopslagsysteem op 4 juni 2020 was HEG nog in staat de slotfactuur te voldoen uit de bestaande kredietfaciliteit. E-Unit stelt dat zij meende dat het systeem niet of niet deugdelijk was opgeleverd. Daarom heeft zij ABN AMRO niet om toestemming gevraagd het krediet aan te wenden voor betaling van de factuur.
Het hof verwerpt dat verweer. Volgens het hof moest E-Unit er vanaf 19 januari 2022 ernstig rekening mee houden dat HEG binnen afzienbare termijn bij eindvonnis veroordeeld zou worden de volledige slotfactuur met rente en kosten te voldoen. Op die datum wees de rechtbank een tussenvonnis waarin zij al oordeelde dat HEG gehouden was de slotfactuur te voldoen. Het hof oordeelt dan ook dat er na 19 januari 2022 geen goede grond meer was het krediet niet aan te wenden voor betaling van de slotfactuur.
Voor E-Unit was ook voorzienbaar dat de al in rechte vastgestelde vordering van CES op HEG geheel of voor een belangrijk deel onvoldaan zou blijven. HEG gebruikte de kredietfaciliteit immers niet om de factuur te voldoen en zorgde er ook niet voor dat de kredietfaciliteit daarvoor beschikbaar bleef. Door vervolgens een hypotheekrecht te verstrekken aan Rabobank was ook duidelijk dat HEG geen of beperkt verhaal zou bieden. E-Unit heeft de belangen van CES ernstig en op ontoelaatbare wijze geschaad en veronachtzaamd. E-Unit treft daarvan persoonlijk een ernstig verwijt en de middellijk bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk via artikel 2:11 BW.
Wat leert deze zaak ons?
Deze uitspraak illustreert dat gelijk krijgen in de procedure niet het enige doel van de eiser moet zijn. Ook de verhaalbaarheid van de vordering blijft gedurende de hele procedure van belang. CES is succesvol tegen zowel HEG als diens (middellijk) bestuurders omdat zij de verhaalsfrustratie tijdig heeft opgemerkt. Mogelijk heeft zij voor de procedure tevergeefs geprobeerd beslag te leggen op de vorderingen van HEG op derden. Wellicht vormde dat de aanleiding de verhaalbaarheid van de vordering steeds in de gaten te houden. CES was niet alleen voorafgaand aan maar ook tijdens de procedure alert op de mogelijkheden van verhaal. Daardoor kon zij niet alleen jegens HEG de verpandingen vernietigen, maar had zij ook aanleiding haar bestuurder te dagvaarden wegens onrechtmatig handelen in dat verband. Dankzij een eenvoudige eisvermeerdering op basis van de nieuw gebleken feiten kan CES het onverhaalbaar gebleven deel van de vorderingen op HEG nu (proberen te) verhalen op de (middellijk) bestuurders.
Keywords
Auteur(s)
