17 Nov 2025
blog

Bestuurdersaansprakelijkheid bij turboliquidatie

Blog

In deze procedure (Rb. Rotterdam 3 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11851) draait het om de vraag of een moedervennootschap in hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is voor de turboliquidatie van haar dochteronderneming. De rechtbank beantwoordt deze vraag – na benoeming van een deskundige – bevestigend. Er waren namelijk nog baten bij de dochtervennootschap aanwezig (die werden door de moedervennootschap verhuld) en bij de keuze voor een turboliquidatie is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van bepaalde schuldeisers van de dochtervennootschap. Daarmee is er onrechtmatig gehandeld jegens de procederende schuldeiser. De schade wordt gelijkgesteld aan de hoogte van de vordering van de schuldeiser op de dochtervennootschap.

Turboliquidatie: algemeen

 

Op grond van artikel 2:19 lid 4 BW is voor een turboliquidatie vereist dat er geen baten zijn op het moment van de ontbinding. Er vindt geen rechterlijke toetsing daarvan plaats; het is uiteindelijk een beoordeling van het bestuur. Regelmatig plaatsen schuldeisers vraagtekens bij het ontbreken van baten. Zij hebben dan de mogelijkheid om op grond van artikel 2:23c lid 1 BW heropening van de vereffening te verzoeken. Daarna kunnen zij dan hun vordering bij de vereffenaar kenbaar maken en – indien discussie over de vordering bestaat – kan daarover tegen de vennootschap in liquidatie worden geprocedeerd. Er wordt ook wel bepleit dat in geval er nog baten waren ten tijde van de turboliquidatie de vennootschap niet is opgehouden te bestaan. De grondslag voor die benadering is te vinden in artikel 2:19 lid 5 BW: de rechtspersoon blijft voortbestaan voor zover dit voor de vereffening nodig is (zie voor deze benadering Gerechtshof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3004). Het procederen tegen een ontbonden vennootschap zonder het verzoek om heropening van de vereffening brengt echter het risico op niet-ontvankelijkheid met zich mee (vgl. recent Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:293).

 

Ter voorkoming van misbruik en ter verbetering van de positie van onbetaald gebleven schuldeisers is in het najaar van 2023 de “Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie” ingegaan. Deze wet beoogt transparantie te vergroten door de schuldenaar te verplichten diens schuldeisers te informeren over de (voorgenomen) ontbinding. Ook moet onder meer een slotbalans inclusief een toelichting op de (wijze van) ontbinding bij de Kamer van Koophandel worden gedeponeerd. Op 15 november 2025 verstrijkt de looptijd van deze tijdelijke wet, maar de staatssecretaris heeft al laten weten gebruik te zullen maken van de verlengingsmogelijkheid van twee jaar die de wet zelf biedt (art. VI, lid 4).

 

Turboliquidatie: aansprakelijkheid bestuurder

 

In deze procedure gaat het echter niet om de beoordeling van de vordering op de ontbonden vennootschap, maar om de vraag of de bestuurder (“de Bestuurder”) van de vennootschap (de “BV”) onrechtmatig heeft gehandeld jegens een schuldeiser van de BV door de turboliquidatie.

 

De schuldeiser van de BV voert daartoe allereerst aan dat er wel degelijk baten waren ten tijde van de ontbinding. De Bestuurder betwist dat. De rechtbank komt er op basis van de standpunten van partijen niet uit en stelt bij tussenvonnis een deskundige aan om (onafhankelijk) onderzoek te doen naar de vraag of er baten waren ten tijde van de ontbinding (vgl. Rb. Rotterdam 19 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4056). De deskundige concludeert dat er baten door de Bestuurder zijn onttrokken die eigenlijk aan de BV toebehoren. De Bestuurder is namelijk rondom de ontbinding van de BV werkzaamheden voor een vaste klant van de BV gaan verrichten. De opbrengsten daarvan zijn terechtgekomen bij de Bestuurder en dus niet bij de BV. De rechtbank overweegt dat voor deze gang van zaken geen plausibele verklaring is gegeven en stelt daarom vast dat er baten aanwezig waren op het moment van de ontbinding. 

 

Daarmee is de schuldeiser er echter nog niet. Gelet op de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid moet er in beginsel meer aan de hand zijn dan het enkele feit dat er toch baten waren ten tijde van de (beoogde turbo)liquidatie. De rechtbank oordeelt dat het handelen van de Bestuurder ‘in de gegeven omstandigheden’ onrechtmatig is. Dat motiveert de rechtbank door te wijzen op (i) het misbruik van identiteitsverschil (door de opbrengsten te laten landen bij de Bestuurder en niet langer bij de BV) en (ii) selectieve betalingen rondom het moment van ontbinding (enkele schuldeisers van de BV zijn wel volledig voldaan, maar de procederende schuldeiser niet).

 

Er is dus sprake van onrechtmatig handelen, maar daarmee is nog niet gezegd wat de als gevolg daarvan opgetreden schade is. De rechtbank stelt die vast op het bedrag van de openstaande vordering van de schuldeiser op de BV, omdat er kennelijk geen verweer is gevoerd tegen de omvang van de schade. Dat lijkt een gemiste kans, omdat uit het vonnis blijkt dat er meerdere schuldeisers waren ten tijde van de ontbinding. Indien voor een ‘gewone’ ontbinding (met vereffening) of een faillissementsaanvraag was gekozen, zou de schuldeiser naar alle waarschijnlijkheid ook niet geheel zijn voldaan. Er worden overigens niet altijd even hoge eisen gesteld aan het bewijzen van de omvang van de schade in situaties als de onderhavige (vgl. bijvoorbeeld Rb. Limburg 7 april 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3187, r.o. 4.13).

 

Conclusie

 

Uit het voorgaande volgt dat het voor een bestuurder van belang is om de verschillende mogelijkheden te wegen indien de vennootschap in zwaar weer verkeert (turboliquidatie, een ‘gewone’ ontbinding, faillissement, saneringstraject, et cetera) en vast te leggen waarom een bepaalde keuze is gemaakt. Voor de schuldeiser is het vooral van belang om kritisch te bezien of er aanleiding was voor een turboliquidatie (lees: of er inderdaad geen baten waren ten tijde van de ontbinding). In dit geval heeft de keuze veel weg van betalingsonwil van de bestuurder jegens de procederende schuldeiser en tegen die achtergrond is de uitkomst goed te begrijpen.

 

Deze publicatie is eerder verschenen op HERO 2025 / B-072 

Keywords

Bestuurdersaansprakelijkheid
Onrechtmatige daad
schade
Turboliquidatie

Auteur(s)

Mark de Bruijn

is advocaat bij HerikLegal N.V.

LinkedIn