Het agenderen van duurzaamheid: enkel een bespreekpunt?
Blog
Duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid spelen een steeds grotere rol in het beleggingsbeleid van institutionele beleggers. Maar hoe zorgen beleggers dat ondernemingen deze thema’s daadwerkelijk prioriteit geven? Eumedion (belangenorganisatie voor institutionele beleggers) pleit in haar position paper uit 2025 voor een stevigere rol voor Nederlandse institutionele beleggers. Eén van de aanbevelingen is het stimuleren van de betekenisvolle dialoog tussen bestuur en beleggers. Deze blog bespreekt hoe deze dialoog zich verhoudt tot bestuursautonomie en staat stil bij de vraag of het wettelijk agenderingsrecht een passend escalatie-instrument is als de dialoog ‘mislukt’.
Institutionele beleggers, denk bijvoorbeeld aan verzekeraars en pensioenfondsen, houden het merendeel van de aandelen in Nederlandse beursvennootschappen. Hierdoor hebben ze een duale verantwoordelijkheid jegens zowel hun cliënten en begunstigden als de ondernemingen waarin zij investeren. Op basis van de Nederlandse Stewardshipcode 2018 dienen institutionele beleggers zich als verantwoordelijke stewards op te stellen. Hierdoor staat het stimuleren van langetermijnwaardecreatie centraal in hun beleggingsbeleid en moeten ze toezicht houden op hun risicodragende investeringen. Daarnaast hanteren steeds meer institutionele beleggers een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.
Daarom pleit Eumedion dat de dialoog tussen institutionele beleggers en bestuur een belangrijk instrument kan zijn om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheden. Door het gesprek aan te gaan over onder andere de strategie van de onderneming kunnen beleggers, waar nodig, suggesties doen en zo invloed proberen uit te oefenen. Deze dialogen staan steeds vaker in het teken van de risico’s en kansen op het gebied van duurzaamheid. De CSRD-verplichtingen in het kader van duurzaamheidsrapportage versterken bovendien de focus op duurzaamheidsprestaties en impact op mens en milieu.
Bestuursautonomie
Een interessant punt is de verhouding van de dialoog tot de bestuursautonomie. Het bestuur van Nederlandse beursvennootschappen bepaalt autonoom het beleid en de strategie van de onderneming en hoeft daarbij in principe geen inmenging van haar aandeelhouders te dulden, ook niet op het gebied van duurzaamheid. Deze bestuursautonomie is wettelijk verankerd door diverse spraakmakende zaken. Denk hierbij aan de zaak Boskalis/Fugro, waarin een aandeelhouder middels het agenderingsrecht een poging waagde om een beschermingsconstructie af te schaffen, of AkzoNobel, waar het bestuur vasthield aan een standalone-strategie, tot ongenoegen van een aantal aandeelhouders.
De pogingen om invloed uit te oefenen op het beleid of de strategie door institutionele beleggers, en dus ook via een dialoog, kunnen soms op gespannen voet staan met de bestuursautonomie in Nederland. Overigens betekent dit zeker niet dat alle bestuurders onwelwillend zijn naar institutionele beleggers of dat ondernemingen totaal geen rekening houden met duurzaamheidsambities; ondernemingen zijn immers verplicht te voldoen aan (Europese) duurzaamheidswetgeving. En ook de Nederlandse Corporate Governance Code neemt duurzame lange termijn waardecreatie als uitgangspunt. Toch benoemt Eumedion dat, volgens critici, bestuurders nog te vaak een prikkel zouden hebben om de (kortere termijn) financiële belangen van aandeelhouders prioriteit te geven boven maatschappelijke en duurzaamheidsdoelstellingen. Dit schuurt met de overkoepelende doelstellingen en maatschappelijke verplichtingen van (sommige) institutionele beleggers.
Het stimuleren van een betekenisvolle dialoog
Eumedion pleit voor het stimuleren van de betekenisvolle dialoog. Allereerst dienen institutionele beleggers zich in de praktijk echt actief op te stellen in hun stewardshiprol. Daarbij is voldoende kennis en ervaring van belang om doelmatig het (duurzaamheids)beleid van de onderneming te controleren, een goede gesprekspartner te zijn én waardevolle suggesties te doen. Toch blijkt uit de praktijk dat deze dialoog niet altijd volledig wordt benut, onder andere vanwege de hoge kosten. Eumedion betoogt echter dat dergelijke investeringen zich op de lange termijn kunnen terugbetalen. Het bestuur dient op haar beurt open te staan voor suggesties die tijdens de dialoog worden gedaan, en de raad van commissarissen dient beschikbaar te zijn om, indien nodig, deel te nemen aan de dialoog over hun specifieke onderwerpen.
Maar wat nu als de betekenisvolle dialoog niet het gewenste resultaat boekt? Onder stewardship valt volgens Eumedion ook de bereidwilligheid om te escaleren en om bijvoorbeeld het wettelijk agenderingsrecht te gebruiken. Maar is het agenderingsrecht wel een passend instrument?
Het agenderingsrecht
Een aandeelhouder kan, alleen of samen met anderen, een schriftelijk verzoek tot agendering indienen bij het bestuur, mits hij meer dan drie procent van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt (artikel 2:114a BW). Vervolgens zijn er twee smaken: een bespreekpunt of een stempunt. Het stempunt kan worden vormgegeven als een adviserende stemming, waarbij het resultaat niet bindend is. Daarnaast kan een punt ook als bindende stemming worden geagendeerd zodat de uitkomst wel bindend is en daarmee direct invloed uitoefent op het beleid. Een bespreekpunt stelt de aandeelhouder enkel in de gelegenheid een punt ter discussie te stellen tijdens de algemene vergadering. Sinds het arrest Boskalis/Fugro is het onderscheid tussen een stempunt en een bespreekpunt nog meer van belang: volgens de heersende leer kunnen aandeelhouders namelijk geen bindende of adviserende stemming afdwingen over een agendapunt dat tot de bestuursbevoegdheid behoort. Op het eerste gezicht lijkt de mogelijkheid van het agenderen van een stempunt essentieel voor de effectiviteit van het agenderingsrecht als escalatiemiddel.
En juist bij duurzaamheidsthema’s schuilt hier een knelpunt. Veel duurzaamheidsonderwerpen vallen onder de exclusieve bevoegdheid van het bestuur waardoor agendering beperkt blijft tot een bespreekpunt. In het licht van een betekenisvolle dialoog zou je dan kunnen beargumenteren dat het punt van bespreking al een gepasseerd station is. Het bestuur hoeft immers, gelet op haar autonomie, geen aanpassingen in het beleid door te voeren. Toch heeft het bespreekpunt wel een functie. Waar de dialoog achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt het bespreekpunt tijdens de algemene vergadering behandeld. Dit maakt de discussie toegankelijk voor alle aandeelhouders. Daarnaast kunnen stakeholders bijvoorbeeld op basis van de notulen en media-aandacht kennisnemen van de discussie, en via de publieke opinie of andere kanalen alsnog druk uitoefenen op het bestuur om het beleid aan te passen.
Is het agenderingsrecht dan toch een passend escalatie-instrument bij een ‘mislukte’ duurzaamheidsdialoog? In zekere zin wel. De openbaarheid van de algemene vergadering kan de dialoog over duurzaamheid nieuw leven inblazen. Bovendien roept Eumedion institutionele beleggers op om zich als echte rentmeesters van beursvennootschappen op te stellen. Het is dan ook interessant welke duurzaamheidsonderwerpen aandeelhouders die Eumedions aanbeveling volgen de komende seizoenen zullen agenderen.
Keywords
Auteur(s)

Docente en Promovenda ondernemingsrecht
LinkedIn
Tilburg University