07 May 2026
blog

De impact van een uitsluitingsclausule in een koopovereenkomst van aandelen

Blog

Stel je koopt aandelen in een onderneming en achteraf blijkt dat de werkelijkheid rooskleuriger was voorgespiegeld dan zij daadwerkelijk is. Dan kun je de garanties uit de koopovereenkomst inroepen, indien deze zijn afgegeven. Maar wat als je de koop wilt terugdraaien? De rechtbank Overijssel deed op 18 februari 2026 uitspraak in een geschil over een aandelentransactie, waarbij de verkopers een reeks garanties hadden geschonden. De rechtbank oordeelt dat koper recht heeft op schadevergoeding. Vernietiging of ontbinding van de koopovereenkomst van aandelen wijst zij echter af. Een interessante uitspraak en een wijze les over de grenzen van contractuele uitsluitingsclausules.

Feiten

Op 9 juli 2024 kwamen partijen een koopovereenkomst van aandelen overeen. Verkopers verkochten hun aandelen in Bedrijf 1 B.V. aan koper. Bedrijf 1 B.V. houdt op haar beurt alle aandelen in Bedrijf 2 B.V. die op haar beurt alle aandelen in Bedrijf 3 B.V. bezit. Bij die koop bedongen partijen uitgebreide garanties. Die garanties hadden betrekking op de gehele groep. De garanties waren afgegeven voor de financiële positie, de jaarrekening, de arbeidsvoorwaarden, de administratie, de naleving van wet- en regelgeving en het bestaan van lopende procedures.

 

Na de overname waren de financiële problemen bij Bedrijf 2 B.V. al snel merkbaar. De situatie escaleerde snel en Bedrijf 2 B.V. werd bij beschikking van de rechtbank Overijssel op 24 september 2024 failliet verklaard. Koper ontdekte een reeks ernstige garantieschendingen en wilde de koop terugdraaien op grond van vernietiging wegens bedrog en dwaling of op grond van ontbinding wegens een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst. Koper vordert ook schadevergoeding op grond van de garantieschendingen en poogt de verkopers persoonlijk aansprakelijk te stellen vanwege onrechtmatig handelen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verkopers 8 garanties, waaronder de garanties over de financiële positie, de gewijzigde bedrijfsvoering, de arbeidsvoorwaarden, de administratie, de betrokkenheid bij een procedure en de naleving van wet- en regelgeving, hebben geschonden en dat verkopers ten opzichte van koper daarmee tekort zijn geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Koper vorderde de koop terug te draaien door een beroep te doen op vernietiging, primair op grond van bedrog, artikel 3:44 BW, en subsidiair op grond van dwaling, artikel 6:228 BW. Meer subsidiair deed koper een beroep op ontbinding wegens tekortkoming in de nakoming, artikel 6:265 BW. De rechtbank wijst dit alles af. Dit zal ik hieronder in de hiervoor genoemde volgorde nader toelichten.

 

Het beroep door koper op vernietiging wegens bedrog slaagt niet, omdat koper geen feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verkopers koper opzettelijk zouden hebben bewogen tot het aangaan van de koopovereenkomst. Bedrog impliceert de bedoeling om te misleiden, om bij iemand een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid op te wekken, en hem daardoor tot het verrichten van de rechtshandeling te bewegen, aldus de rechtbank. De enkele garantieschendingen zijn onvoldoende.

 

Het beroep van koper op dwaling slaagt niet vanwege artikel 15.9 uit de koopovereenkomst. In artikel 15.9 van de koopovereenkomst hadden partijen gehele of gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst uitgesloten en afstand gedaan van het recht om de koopovereenkomst geheel dan wel gedeeltelijk te (doen) vernietigen. Artikel 15.11 van de koopovereenkomst sluit bovendien een beroep op vernietiging wegens dwaling (artikel 6:228 BW) uit. De rechtbank neemt beide artikelen als uitgangspunt en overweegt dat deze artikelen juist zijn geschreven voor een situatie dat een partij, in potentie, een beroep op vernietiging toekomt waarvan in deze casus dus sprake is.

 

Koper probeert tevergeefs met een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) nog de overeenkomst te vernietigen. Koper stelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat verkopers zich op de uitsluitingsclausule beroepen. Een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid honoreert de rechtbank niet met een verwijzing naar de hoge drempel voor een ingreep door een rechter in een overeenkomst op grond van artikel 6:248 lid 2 BW. Zij overweegt dat koper daarvoor niet kan volstaan met de feitelijke stellingen die voor haar aanleiding gaven tot een beroep op vernietiging, maar dat koper daarvoor aanvullende feiten en omstandigheden had moeten aanvoeren die het beroep op de uitsluitingsclausule onaanvaardbaar maken. Dat heeft koper nagelaten.

 

Het beroep op ontbinding strandt op dezelfde gronden. De rechtbank verwijst naar haar redenering over de uitsluitingsclausules en past die één op één toe op de ontbindingsvraag.

 

Hoewel de koop van aandelen niet ongedaan wordt gemaakt, staat koper niet met lege handen. De rechtbank wijst de schadevordering toe en verwijst de zaak naar een schadestaatprocedure. In reconventie vorderden verkopers betaling van het resterende deel van de koopprijs. De rechtbank wijst ook die vordering af. Koper heeft een opschortingsbevoegdheid op grond van artikel 6:52 lid 1 BW. Zij heeft een opeisbare tegenvordering op verkopers, de schadevergoedingsvordering, die vermoedelijk meer bedraagt dan de vordering van verkopers. Beide vorderingen als voornoemd vinden hun oorsprong in dezelfde koopovereenkomst. Dat is voldoende samenhang om de betaling op te schorten.

Lessen voor de praktijk

Een uitsluitingsclausule voor vernietiging en ontbinding is in de M&A-praktijk geen onbekende bepaling in een koopovereenkomst van aandelen. Deze veel voorkomende bepaling brengt voor koper de nodige risico’s met zich mee. De clausule biedt kopers weinig bescherming, maar verkopers des te meer. Partijen die de uitsluitingsclausule in iedere koopovereenkomst van aandelen opnemen zonder stil te staan bij de reikwijdte, kunnen voor onaangename verrassingen komen te staan. In deze zaak was de uitsluitingsclausule erg ruim. De clausule bevatte de uitsluiting van zowel gehele als gedeeltelijke vernietiging en ontbinding én uitsluiting van aanpassing ex artikel 6:230 lid 2 BW. Deze volledigheid maakte dat koper langs verschillende routes werd geblokkeerd.

 

Men moet ook in de leveringsakte bedachtzaam zijn op dit punt en een gelijkluidende bepaling daarin opnemen. Laat men dit na, dan kan het gevolg zijn dat de koopovereenkomst gedeeltelijk is ontbonden maar de leveringsakte niet.

 

De les voor de praktijk is daarmee tweeledig. Enerzijds: wie vernietiging en ontbinding contractueel wil uitsluiten, doet er goed aan dat uitdrukkelijk én volledig te regelen. Anderzijds: een koper die geconfronteerd wordt met een dergelijke standaardbepaling, moet zich realiseren dat hij daarmee zijn meest vergaande remedies uit handen geeft. In een situatie zoals in deze zaak kan dat een kostbare concessie blijken.

Keywords

Aandelentransactie
Koopovereenkomst
M en A
MA
Ontbinding
Vernietiging

Auteur(s)

Kimo van Dijck

Advocaat Poelmann van den Broek Advocaten 

LinkedIn