19 Aug 2025
blog

Enkele reflecties met betrekking tot aandeelhoudersaansprakelijkheid

Blog

In deze uitspraak heeft de rechtbank de aandeelhouder en de bestuurder van Barrelsauna hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan een schuldeiser.

 

In deze blog wordt in het algemeen ingegaan op gronden voor aandeelhoudersaansprakelijkheid, op basis waarvan ik reflecteer op de uitspraak van de rechtbank.

In deze zaak is Smart-Trade enig aandeelhouder van Barrelsauna en is de medegedaagde van Smart-Trade bestuurder van zowel Smart-Trade als Barrelsauna (“Bestuurder”).

Wat speelde er in deze zaak?

Een schuldeiser van Barrelsauna heeft op 27 oktober 2023 door middel van een veroordelend vonnis een executoriale titel op Barrelsauna verkregen. De deurwaarder heeft op 9 januari 2024 getracht executoriaal beslag te leggen op roerende zaken van Barrelsauna. Uit het door de deurwaarder opgemaakte proces-verbaal van dezelfde datum blijkt dat op 15 november 2023 (dus tussen datum vonnis en executie daarvan) de roerende zaken van Barrelsauna zijn overgedragen aan Happy Timber tegen betaling van een na verrekening resterend bedrag van EUR 68.000. Tussen Happy Timber en Barrelsauna werd overeengekomen dat het resterende bedrag aan Smart-Trade in plaats van aan Barrelsauna moest worden voldaan. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. De deurwaarder heeft hierdoor geen beslag kunnen leggen. Barrelsauna is op 7 mei 2024 in staat van faillissement verklaard.

 

In deze zaak vordert de schuldeiser schadevergoeding, omdat schuldeiser meent dat de Bestuurder en Smart-Trade (als aandeelhouder) onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld. Over het algemeen zullen de bestuurder en aandeelhouder dezelfde persoon zijn, waardoor met een beroep op dezelfde grondslag verhaal op deze (rechts)persoon kan worden genomen. In dit geval ligt dat anders omdat de Bestuurder en Smart-Trade andere (rechts)personen zijn.  Hoogstwaarschijnlijk heeft de schuldeiser zowel de Bestuurder als Smart-Trade in het geding betrokken om zijn kansen voor wat betreft het verkrijgen van verhaal voor zijn vordering te vergroten.

 

De aansprakelijkheid van de Bestuurder wordt door schuldeiser gevorderd en door de rechtbank beoordeeld op grond van Ontvanger/Roelofsen, grond (ii): verhaalsfrustratie (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). In deze blog richt ik mij vooral op aandeelhoudersaansprakelijkheid. Zie voor een nadere beschouwing van bestuurdersaansprakelijkheid o.a. COBE 2025/B-009.

Aandeelhoudersaansprakelijkheid in het algemeen

Aandeelhouders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. Hun risico is beperkt tot het bedrag van hun inleg (artikel 2:81 BW). De rechtspersoon is voor wat betreft het vermogensrecht gelijk aan een natuurlijk persoon, zodat de rechtspersoon zelfstandig drager van rechten en plichten is (artikel 2:5 BW).

 

Voor de aansprakelijkheid van aandeelhouders moet deze door de wet gevormde fictie worden ‘doorbroken’. Deze doorbraak van aansprakelijkheid kan direct of indirect.

 

Bij directe doorbraak (ook wel vereenzelviging) wordt afgestapt van het wettelijke uitgangspunt van artikel 2:5 BW. In uitzonderlijke gevallen kan het onderscheid tussen rechtspersoon en aandeelhouder worden weggedacht. Op basis daarvan wordt een schuld of verbintenis ‘doorgeleid’ waarbij de redenen voor dit doorgeleiden centraal staan bij de beoordeling (mr. J.E. van Nuland, ‘Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5’).

 

Het onderscheidende karakter van de indirecte doorbraak van aansprakelijkheid is gelegen in de omstandigheid dat de aansprakelijkheid berust op een eigen, persoonlijk gepleegde onrechtmatige daad van de laedens. In literatuur en rechtspraak worden vijf verschillende doorbraaksituaties erkend op basis waarvan een aandeelhouder naast de vennootschap aansprakelijk kan zijn. Erg kort samengevat komt dat neer op de volgende situaties (zie uitgebreid B. Kemp, Aandeelhoudersverantwoordelijkheid, (VDHI nr. 129) 2015/7.6):

  1. De aandeelhouder heeft gerechtvaardigde verwachtingen (bijvoorbeeld voor wat betreft kredietwaardigheid) bij een crediteur opgewekt en die kredietwaardigheid blijkt er niet te zijn (HR 18 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1544 (NBM/Securicor));
  2. De aandeelhouder had ingrijpmacht (bijvoorbeeld bij een hechte concernstructuur tussen de aandeelhouder en de vennootschap) alsmede wetenschap van de benadeling van de schuldeiser op basis waarvan de aandeelhouder een zorgplicht had ten opzichte van crediteuren van de vennootschap (HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4499 (Sobi/Hurks));
  3. De aandeelhouder heeft noodzakelijke financiering stopgezet van een, zo opgezet, inherent verlieslatende vennootschap in een concern (HR 11 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4033 (Comsys));
  4. De aandeelhouder heeft andere partijen bevoordeeld door bewust op basis van subjectieve factoren de vordering van één crediteur bij de vorderingen van alle handelscrediteuren en zustermaatschappijen achter te stellen (HR 12 juni 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2669 (Coral/Stalt));
  5. De aandeelhouder heeft op onrechtmatige wijze vermogen aan de vennootschap onttrokken (HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0401 (Nimox/Van den End q.q.)).

Door de rechtbank toegepaste normen voor aansprakelijkheid en mijn gedachten daarover

De aansprakelijkheid van Smart-Trade wordt door de rechtbank blijkens haar verwijzing daarnaar in r.o. 4.5 van het vonnis beoordeeld op grond van het hiervoor in situatie 3 genoemde Comsys-arrest. Erg kort samengevat ging het in het Comsys-arrest over aansprakelijkheid van de aandeelhouder (moedervennootschap) omdat: (i) de moedervennootschap en dochtervennootschappen bestuurlijk verweven waren, (ii) sprake was van een gezamenlijke activiteit van de vennootschappen waardoor deze nauw verweven waren, (iii) een dochtervennootschap financieel afhankelijk was van de moedervennootschap, (iv) de moedervennootschap wist dat door de handelwijze binnen de groep de crediteuren van de dochter werden benadeeld terwijl het voortbestaan van de dochter gewenst was, en (v) de moedervennootschap pas later heeft ingegrepen. Op basis hiervan had de moedervennootschap, omdat zij de dochtervennootschap op ‘going concern’ basis wilde voortzetten, een bijzondere zorgplicht jegens de crediteuren van de dochtervennootschap en was zij door het ‘te late’ ingrijpen aansprakelijk.

 

In dit geval ben ik het eens met de overweging van de rechtbank dat de kennis van de Bestuurder van zowel Barrelsauna als Smart-Trade in dit geval ook aan Smart-Trade kan worden toegerekend. Bestuurder was immers bestuurder van zowel Barrelsauna als van Smart-Trade.

 

Daarna concludeert de rechtbank het volgende. Smart-Trade heeft toegestaan dat de activiteiten in Barrelsauna werden beëindigd en dat betaling van de koopprijs moest geschieden aan Smart-Trade. Door dat toe te staan, heeft Smart-Trade onrechtmatig jegens de schuldeiser gehandeld. Deze overweging en conclusie vind ik wat kort door de bocht, omdat niet door de rechtbank wordt gemotiveerd dat aan de overige vereisten (ii) t/m (v) uit het Comsys-arrest is voldaan.

 

Het had mijns inziens meer op zijn plaats geweest als de rechtbank had aangesloten bij hetgeen is bepaald in situatie 2 hiervoor (Sobi/Hurks), situatie 4 hiervoor (Coral/Stalt) en/of situatie 5 hiervoor (Nimox/Van den End q.q.). Op basis van de feiten is duidelijk dat de onderneming van Barrelsauna is beëindigd. Na ontvangst van de koopprijs voor de activa van Barrelsauna zijn diverse vorderingen voldaan. Bij betaling door Barrelsauna is echter geen rekening gehouden met de positie van de schuldeiser van Barrelsauna, terwijl de schuldeiser reeds over een veroordelend vonnis beschikte. Een van deze normen lijkt beter aan te sluiten op de feiten dan de norm in het Comsys-arrest.

 

Al met al kan ik de uitspraak van de rechtbank volgen, al had het duidelijker geweest als de rechtbank naar een ander arrest voor doorbraak van aansprakelijkheid had verwezen.

 

Zie: Rechtbank Gelderland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2203.

Keywords

Aandeelhoudersaansprakelijkheid
Beklamel-norm
Bestuurdersaansprakelijkheid
Comsys-norm

Auteur(s)

Jeroen van Oort

advocaat bij DVDW Advocaten

LinkedIn